Transmedia

> Lawrence Dedroog | Ex-Transmedia student

STYROFOAM PROPASAL PAPER

Proposals & file
Transmedia Sint-lukas:2007-2008
Lawrence Dedroog

Proposals & file

Hoe zie ik mijn werk naar volgend jaar toe:

I . Identify general idea
II . Select a subject
III . Decide concerning a treatment
IV . Formulate a plan
V . Collect information, and analyse the information
VI . Present the result

I . Identify general idea

“Ruimte” is voor mij erg belangrijk. Ik speel met de impact die de ruimte heeft op mijn objecten of op ingrepen die ik uitoefen op een gegeven ruimte.

“Ruimte” is constante doorheen mijn werk. Ik experimenteer meestal met ruimte en schaal. Het gegeven “ruimte” vormt het uitgangspunt of is het eindpunt van een experimenteel onderzoek. In dat laatste geval is het werk het resultaat is van een proces dat als doel heeft het creëren van ruimte of het weergeven van ruimte beoogt.
Voor mij is ruimte een vorm van bevrijding, het is een eigen wereld die overloopt naar een suggestie van een bepaalde ervaring of een plaats. Het voor mijn de ideale wereld.

Wat mij juist interesseert in “een ruimte” is het gevoel van plaats en omgeving, maar ook orde en structuur is belangrijk. Mijn ideale ruimte moet dan ook zo veel mogelijke uitgepuurd worden om zo een goed ruimtelijk gevoel te laten ontstaan. De beleving van de ruimte moet overeenkomen met het werk dat ik erin presenteer. De ruimte moet mijn ruimtelijk werk ondersteunen.

Brussel, mijn huidige leefomgeving, ervaar ik als een “gevulde ruimte”. Overal om me heen, zie ik geometrische vormen. Ik voel me er omringd door sculpturen en een, in mijn ogen, strakke ruimtelijke ordening. Daarentegen is het landelijke Leut, waar ik ben opgegroeid, voor mij geassocieerd met een “open ruimte” In de natuur kan ik maar weinig of geen orde terugvinden. Op dit moment in mijn leven laat ik graag de gevulde ruimte primeren.

Ik ben een schilder én een beeldhouwer, voor mij loopt het ene logischerwijs over in het andere.
Ook is het wordingsproces van mijn schilderwerk en mijn sculpturaal werk gelijklopend.
Ik vertrek vanuit een beeld dat ik zie, dat beeld plaats ik dan in een context, bijvoorbeeld in een ruimte en ga ermee aan de slag.

Bij mij ontstaat een idee voor een werk, als ik op een bepaalt moment iets vind waardoor ik geboeid word. De laatste tijd is dat piepschuim of geëxpandeerd polystyreen dat als steun gebruikt wordt bij de verpakking van delicate goederen. Het is belangrijk dat deze piepschuimen vormen me interesseren en me bijblijven. Meestal ga ik dan enkele dagen later zo’n vorm of beeld fotograferen en bewerken om na te gaan welke mogelijkheden het in zich heeft. De foto’s ervan vormen dan het vertrekpunt.

Daarna begint het proces, dat ik de naam ‘vervreemding’ heb gegeven. Ik ruk dit beeld uit zijn natuurlijk verband, plaats het in een ander verband, in een andere context en begin er mee te experimenteren. Dat verklaart waarom mijn werk soms figuratief en soms abstract is. Soms is het eindresultaat nog wel herkenbaar als zodanig, maar vaak gebeurt het dat ik mijn “beeld” verder ga abstraheren. Zo kan het zijn dat het gaat uitmonden in een pure abstracte vorm, hoewel de oorspronkelijke vorm of herkomst uiteindelijk toch nog wel te achterhalen is.
Dan breekt meestal het moment aan waarop ik ga beslissen op welke wijze ik dat “beeld” ga uitwerken: twee- of driedimensioneel. Daardoor wil ik ook zeker niet een keuze maken om louter schilderijen of louter sculpturen te maken. Ik gun mezelf de vrijheid om op een gegeven moment te beslissen waar ik naartoe wil.

II . Selecteer een onderwerp

Momenteel ben ik bezig met een nieuw werk. Hierbij ga ik op een zelfde manier te werk als die ik de laatste jaren in een aantal werken gebruikt heb. Ik hanteer deze werkwijze graag omdat het begrip ruimte nu eenmaal een grote diversiteit biedt aan onderzoeksmogelijkheden, die telkens een nieuw facet opleveren in mijn werk.

Mijn te onderzoeken project bestaat uit het experimenteren met piepschuimen vormen (oorspronkelijk bedoeld als een onderdeel van een verpakkingen) en daarmee nieuwe ruimte en vormen creëren .
Vaak worden fragiele en minder fragiele voorwerpen verpakt in piepschuimen vormen voor ze in een doos gezet worden. Wanneer je de doos openmaakt en het object wegneemt blijft er een vorm = ‘ruimte’ over. Dit gegeven, vooral de bizarre vormen die deze verpakkingsresten hebben en de ruimte die ze creëren intrigeerden mij. De polystyrene vormen zijn eigenlijk negatieven van de positieve vormen die ze moeten vast houden in een ruimte (de ruimte = de binnen kant van de doos). Deze vormen zijn voor mij interessant omdat ze iets bevreemdend in zich dragen. De vormen worden pas abstract op het moment dat je de link met de dagdagelijkse voorwerpen als pc, stofzuiger, wasmachine, tv, enz.… niet meer kan reconstrueren.

Het oorspronkelijke voorwerp waarvoor de verpakking gemaakt werd is slechts als een vage afdruk herkenbaar in de piepschuimen vorm, ze vormen als het waren een vaag herinneringsbeeld van iets waarvan het origineel er niet meer is. De vorm is nog wel aanwezig, onherkenbaar als je ze apart bekijkt. Het is dus onmogelijk om de oorspronkelijke vorm te reconstrueren omdat de ‘context’ verdwenen is. Sommige volumes kunnen daadoor als een ‘sculptuur’ bekeken worden. Oorspronkelijk bevat de doos dus de inhoud en context.

Geëxpandeerd polystyreen is voor mij een interessant materiaal omdat het zo licht is. Het is ook relatief goedkoop (mijn verpakkingsresten zijn gewoon gratis) en gemakkelijk te bewerken. Men kan het snijden, lijmen, raspen, ermee moduleren,….

De verschillende elementen: object, ruimte, vormen en het mysterieuze van de doos waarin alles zich afspeelt waren dan ook de elementen waarmee ik aan de slag wilde gaan.
Een doos is een ideale ruimte waarin je met de schaal kan spelen. Het is ook een afgesloten ruimte die een onbekend ‘iets’ in zich heeft, tot het moment dat je de doos opendoet.
Een doos doet me ook denken aan een expositieruimte waar de muren en plafond ook meestal dezelfde kleur hebben. Voor mij is dat de ideale expositie ruimte, een neutrale doos, waarbij alle aandacht kan opgeëist worden door het werk dat erin geplaatst wordt.

Naast het gegeven dat de negatieve vorm, het te beschermen object op zijn plaats moet houden, zijn er ook nog eens de gaten in het piepschuim, omdat men zuinig wil zijn met het materiaal. Deze uitsparingen geeft aan het volume iets bevreemdends, soms zelf een futuristisch sculptuur.

Mijn eerste werk was dan ook het verzamelen van allerlei piepschuimen vormen, daar ik ook nu weer van de vorm wilde uitgaan. Mijn zoektocht via elektronicawinkels en het recyclagepark leverde me een grote diversiteit op aan vormen.

In het verleden heb ik al vaker schaalmodellen gemaakt. Dit is een effectieve manier om te experimenteren met ruimte en schaal. De eerste maquette die ik maakte ‘fragmentatie’ genaamd, had als uitgangspunt het onderzoek naar het opdelen van een ruimte. Ze sloot sterk aan bij een project dat ik in Beelitz (Berlijn) had gemaakt. Deze maquette voorzien van licht om een bepaalde ruimtelijke sfeer te creëren, gebruikte ik om foto’s te maken. Met deze foto’s kon ik mij een duidelijk beeld vormen hoe mijn werk er in werkelijkheid dus op schaal 1/1 zou uitzien.
Door gebruik te maken van een schaalmodel kon ik de interactie tussen de vlakken beter inschatten Daardoor ontdekte ik dat ik met een nieuwe andere instelling moest beginnen, meer dan de zuiver picturale.
Daarnaast wou ik als schilder een ruimtelijk beeld scheppen in de vorm van een installatie die de ruimte zou opdelen in vlakken. Doordat de toeschouwer een geforceerd parcours moest volgen werd hij een deel van de fragmentatie. Op deze manier bekwam ik een interactie tussen de vlakken en de toeschouwer. Het geheel heeft veel gelijkenissen met het schilderen, maar dan in drie dimensies.
Met de foto’s die ik gemaakt had, ben ik verder aan de slag gegaan. Ze deden niet meer denken aan een kleine maquette maar aan een reële ruimte, zoals, bijvoorbeeld, een toegangshal van een groot gebouw, maar dan een surrealistische interpretatie ervan.
Het werk had iets van dat van James Turrell: een gevoel van ondefinieerbare ruimteperceptie versterkt door het blauwe licht. Ik heb de foto’s gebruikt om er een schilderij van te maken op groot formaat.

Deze manier van werken wil ik ook hanteren in mijn werk met geëxpandeerd polystyreen. Ik wil een schaammodel maken, foto’s nemen en daarna wil ik de vormen, opblazen, verkleinen, ze omdraaien, ze gewoonweg vervormen.

III . Beslis over een aanpak

De bedoeling van mijn nieuw project is om te gaan werken met bestaande vormen in polystyreen om ermee een ruimte en volumes te creëren.

In het begin ontstond bij mij het idee om te gaan werken met een film – videocamera. Via het oog van de camera kon ik dan de objecten bij wijze van spreken vervreemden en verder opblazen door een soort van tunnel te bouwen. Van binnenuit kon ik dan het beeld oproepen van een immense ruimte. Nadat ik daar enkele weken mee aan de slag ben geweest miste ik de andere media. Ik wou ook weer maquettes bouwen, en gaan schilderen.

IV . Formuleer een plan

Momenteel ben ik klaar met de constructie van verschillende tunnels die opgebouwd zijn uit geëxpandeerd polystyreen. De bedoeling is dat ze het effect creëren van een gang of tunnel.
Elke gang is ongeveer 10 meter lang. Daarvoor heb ik vijf triplexplaten aan elkaar gemonteerd en op hetzelfde niveau gebracht. De platen heb ik dan wit geschilderd, om op die manier een neutrale basis te verkrijgen.
Op de triplexplaten heb ik een spoorrail aangebracht, zodat ik van binnenuit in de door mij gemaakte tunnel(s) kan filmen. Om de spoorrail te bouwen, heb ik gewerkt met rails die ook gebruikt worden om gordijnen op te hangen. Om de camera te laten bewegen in de tunnels heb ik een soort van karretje gemaakt met 3 wieltjes. Hierop is een plaatje gemonteerd, waarop de camera rust. Belangrijk daarbij is dat de camera in elke tunnel dezelfde positie inneemt. Daarom heb ik de negatieve vorm van de camera uitgesneden in polystyreen. Zo beweegt zich de camera in elke tunnel op eenzelfde manier. Doordat de camera erg laag staat op het karretje, film ik uit een lagere hoek en vervormt het perspectief. De tunnel lijkt daardoor veel groter. Om de camera door de tunnel voort te bewegen, heb ik een nylondraad aan het karretje vastgemaakt. De draad laat ik oprollen door een kleine elektromotor. Zo vermijd ik schokken en stoten en wordt de beweging mooi gelijkmatig. Voor de belichting heb ik twee grote lichtkasten gebouwd uit MDF. In elke kast zitten zijn twee TL-lampen, met een melkachtig plexiglas ervoor. Hierdoor is er in de tunnels een gelijkmatige kleurbalans aanwezig. Op het einde van elke tunnel is een witte plexiplaat, om de montage die erop volgt, te vergemakkelijken.

Na het proef filmen in verschillende tunnels, moet ik nog werken aan de scenario’s. Daar ben ik nu nog mee bezig. Hier zijn er ook nog meerdere pistes open. Een optie heb ik al, hierbij wil ik het beeld geven van een oneindige tunnel in een immens groot complex. Hoe dan ook ik wil een gevoel van ruimte creëren in een vreemde ruimte. De toeschouwer moet het gevoel krijgen dat hij ergens in een futuristische tempel rondwandelt of dat hij zich in een buitenaardse omgeving bevindt. Misschien moet ik het niet tot één ruimte beperken, maar moet ik gewoon de ene tunnel laten overvloeien naar de andere, van het ene ruimtecomplex naar het andere.
Hopelijk kom ik hier snel uit.

Naar volgend jaar toe wil dus zeker verder gaan werken aan mijn ‘tunnelproject’, met film en beeld. Daarnaast schilderijen maken met als uitgangspunt polystyrene vormen en als derde medium polystyrene vormen als sculpturen in een ruimte plaatsen.

Mijn tunnelproject is nu al in een vrij concrete fase. Toch wil ik nog verder experimenteren met film en beeld. Waarbij ik nog een idee heb dat hierbij aansluit. Ik zou namelijk de reis van een lege doos kunnen filmen met de camera in de binnenkant van de doos. De doos beweegt wel maar men ziet alleen maar de binnenruimte van de doos.

Voor de film wil ik graag werken met een HD camera. De kwaliteit, de zuiverheid en de scherpte zijn noodzakelijk voor een optimaal resultaat. Zuiverheid en scherpte zijn kwaliteiten die ik in mijn werk nastreef.

Een tweede pijler in mijn werk moeten de schilderijen vormen. Voor de schilderijen kan ik al iets concreter zijn, die zullen als basis de geëxpandeerd polystyreen vormen hebben die ik gefotografeerd heb. In die foto’s kan ik complexere composities realiseren.
Ook bij de schilderijen is het de bedoeling om ook weer te vertrekken van een herkenbare vorm. Ik zal dan deze vormen verder gaan abstraheren, en tot een voor de toeschouwer onherkenbaar of niet plaatsbaar beeld transformeren. (vervreemding)
Dit schilderij is uiteindelijk een figuratief schilderij…..
Belangrijk hierbij is het fotograferen van de objecten. Met de foto kan ik gemakkelijk delen vergroten, verkleinen, verhelderen, waziger maken,…

Daarnaast is het de bedoeling om dit gegeven ook te gebruiken om er sculpturen mee te maken. Hierbij dacht ik eraan om een installatie te maken met sculpturen die gebaseerd op de piepschuimen vormen in een doos.
Een idee is dat ik de doos ga uit vergroten tot een soort van kamer, die de toeschouwer het gevoel moet geven dat hij in een doos zit. In deze kamer wil ik dan met de negatieve vormen een positief beeld weergeven in de ruimte.

Op dit moment heb ik een concreet project, dat me toelaat om op verschillende manieren met ruimte te werken. Maar het zoeken gaat nog verder.

Wat de ideeën in verband met de sculpturen betreft, daar ben ik nog niet volledig uit. Ik ben er zeker van dat ik nog enkele keren van idee ga veranderen, daar ik op dit moment nog geen concreet einddoel voor ogen heb. Juist deze fase vind ik persoonlijk erg boeiend. Zo denk ik er nu aan om bijvoorbeeld een tunnel te maken in polystyrene verpakkingsblokken, maar dan zo dat niet op de maat van de camera, maar op mensenmaat, zodat de toeschouwer er doorheen kan wandelen.

Het werk waar ik momenteel mee bezig en mijn plannen voor volgend jaar vormen dus één geheel. Uiteindelijk zullen twee jaar transmedia dan ook moeten leiden tot een groot concept ‘ruimte en beeld’ uitgevoerd met verschillende media. Daarbij is het voor mij belangrijk dat uit het ene werk in een voortvloeiende beweging een nieuw werk ontstaat.

V . verzamel informatie, en analyseer de info

Het uitgangspunt van mijn nieuwe werk is deels ontstaan na het bekijken van een documentaire over Star wars. In de film Star wars uit 1977 kende men nog niet de speciale effecten, die nu gangbaar zijn in de filmindustrie. Men moest vrij inventief en pragmatisch te werk gaan om deze speciale effecten te realiseren. Uit die documentaire bleek, dat men toen ook vaak gebruik maakte van maquettes om alzo de illusie van ruimte te creëren. De scène die mij het meest was bijgebleven was een ruimteschip dat door een lange tunnel vloog. Deze tunnel gaf de indruk een groot complex gebouw te zijn….

Ik heb ook een grote fascinatie voor Kubrick ‘2001’ Space Odyssee. Specialisten geven aan dat Kubrick in deze film de regels van de moderne cinema verlegt heeft. Na al die jaren zijn de special effects zijn nog altijd geloofwaardig, wat een ongelooflijke prestatie is voor een film die in 1968 werd gemaakt .Visueel is ‘2001’ Space Odyssee nog steeds één van de meest vooruitstrevende films uit de geschiedenis van de cinema.

Een kunstenaar waar ik mij op dit moment erg verbonden mee voel is de Engelse kunstenares Rachel Whiteread. Ik wil haar even bespreken omdat de thema’s die in haar werk aanwezig zijn, ook in mijn werk aan bod komen.
In een werk van Rachel Whiteread speelt een oude, versleten kartonnen doos, een belangrijke rol. Die doos vond ze in het huis van haar overleden moeder. Ze vond de versleten en ingedeukte doos zo interessant omdat de doos een herinnering aan vroeger was. Van de doos heeft ze negatieve afdrukken gemaakt.
Rachel Whiteread gebruikt vaker gebruiksvoorwerpen zoals een badkuip, een wastafel of een matras om er een afgietsel van te maken. Op die manier slaagt ze erin om ‘negatieve vormen’ te creëren. Voor het maken van de mallen gebruikt ze gangbare materialen zoals gips, giethars, was en rubber. De sculpturen die zo ontstaan, zijn herinneringsbeelden van iets waarvan het origineel verloren is gegaan. De gebruiksvoorwerpen verwijzen naar allerlei menselijke zaken als eten, slapen en wassen. Ze dragen sporen van eerder gebruik. Dat was te zien doordat de zijkanten van de doos begonnen in te zakken, het gedrukte embleem op de buitenkant verdween langzaam, en op het deksel kwam om met de sporen van al sellotape te glanzen die wordt gebruikt om het in de loop van de jaren omhoog te binden.

Whiteread voelde zich reeds langer aangetrokken door ruimten die duidelijk nog tekens van menselijke activiteiten in zich hebben. In 1991 maakte Rachel Whiteread al van binnenuit afgietsels van de vier zijden van een alledaagse huiskamer ergens in Londen. Later voegde ze deze vier componenten weer tot één geheel bijeen. De schoorsteenmantel, het meest solide element in het interieur, vormt in het negatieve een holte waarop zwart roet is aangebracht. De nisvormige uitsparingen van ramen en deuren worden nu uitstulpingen in de wand. Whiteread wil een contradictorische expressie van een kamer oproepen, waarbij enkele sporen ons de herinnering moeten laten oproepen aan de activiteiten en emoties die zich daarbinnen afspeelden. Het werk “Ghost” wil ons brengen op de ambigue grens tussen interieur en exterieur. Op een onbestemde plaats waar het leven van de dromen en de dromen van het leven elkaar ontkennen.

Rachel Whiteread is een kunstenaar die ik steeds weer opnieuw met ruimte werkt, in haar werk herken ik momenteel de zelfde thematiek als ik nu gebruik in mijn werk. Dit is puur toeval, ze werkt met negatieve vormen en giet ze positief af. Ze beschouwde de positieve mal als een ruimte die voor eeuwig is afgesloten. Zij is net zoals mij geïnteresseerd in positieve en negatieve mallen, dingen waar ik momenteel ook mee bezig ben .

VI . Presenteer het resultaat

Naar het eind van volgend jaar (juni 2009) wil ik mijn werk gaan voorstellen in een tentoonstellingruimte. Het liefst op een andere locatie dan het transmedia lokaal. Ik vind dat je het werk het beste kan zien in een ruimte die toelaat het te bezichtigen. En die zo neutraal mogelijk is. Ik denk hierbij bijvoorbeeld een totaal witte box. Omdat er in mijn werk ook een zeker puurheid en zuiverheid zit. Het film en video werk is architecturaal en geeft een groot gevoel van ruimte. Ik wil mijn film en videowerk het liefste voorstellen met een High Definition projector op een wit canvas dat ik speciaal wil opspannen voor die projectie. Dit doek moet de indruk geven dat het van de muur af zweeft om een dieptegevoel te creëren, en om mijn projectie een platvorm te geven .
Bij mijn projectie wil ik de constructies die ik gebouwd heb om mijn film en videowerk te maken ook tentoonstellen. Ik vind de constructie intrigerend genoeg om als deel van mijn realisatie proces te laten zien. Wat ik interessant vind is de interactie tussen het beeld en de constructie van het beeld. Zo kan de toeschouwer zich via het film – videobeeld zich verplaatsen in de constructie van de tunnel, het is het bezichtigen van tunnel “sculptuur” waar je zelf niet doorheen kan, maar je kan het beeld wel gewaar worden van binnenuit ,door het videowerk te zien.

De ruimte voor de projectie en constructie moet neutraal zijn. Ze moet ook moet quasi donker, maar ook niet te donker zijn. De projectie zal op zich al licht geven en de tunnelconstructies zijn apart belicht door de licht elementen die erin verwerkt zijn.

Momenteel is er al een versie klaar. Deze versie wil ik presenteren eind juni (18,19 juni ???) bij mijn evaluatie. Voor deze presentatie ben ik eventueel van plan om op Sint-Lukas een ruimte te vinden, die toelaat mijn proces te laten zien. Ik stel mijn werk liever voor, buiten het lokaal van transmedia. Op die manier kan ik “mijn” ruimte ideaal in delen, naar mijn werk toe. Ik wil voor mijn evaluatie mijn video werk laten zien samen met een constructie. Zo kan de jury zich een beeld vormen van mijn artistieke vooruitgang.

Bronvermelding

“Rachel Whiteread sculpturen 1990 – 1992”
titel: Spookbeelden
ondertitel: Over de sculpturen van Rachel Whiteread
editie: 41-JAN 1993
auteur: Cosemans Catherine
artikel: WR 41 Spookbeelden.htm


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>